A Tribute to the Cheikhats

Interview met Ghassan Elhakim & Amine Nawny (Kabareh Cheikhats)

Naar aanleiding van de komst van Kabareh Cheikhats naar Kortrijk (12/12 – zaal OAAS) sprak programmator Amin Srasra met Ghassan Elhakim, kunstenaar-onderzoeker, regisseur en acteur, en Amine Nawny, kunstenaar-onderzoeker, acteur en chaâbi*-danser. Ze vertellen over het ontstaan van de voorstelling, hun ontdekking van de Aïta** en het eerbetoon dat ze brengen aan de cheikhats***, artiesten die lange tijd gemarginaliseerd werden . 
Een paar termen in de inleiding die veel mensen niet zullen kennen: chaâbi, Aïta, cheikhats. Eigenlijk weet je het na het lezen van het artikel nog altijd niet goed. Dat is mijn voornaamste bemerking bij dit artikel. Het veronderstelt voorkennis, de hoofdtermen worden onvoldoende geduid.

* Chaâbi (Arabisch: شعبي) betekent letterlijk "van het volk" of "populair". In Marokko is het een van de bekendste muziekgenres en wordt het vaak gespeeld op bruiloften, feesten en andere sociale bijeenkomsten.

** Aïta (Arabisch: عيطة) is een traditionele Marokkaanse muziek- en dichtkunstvorm. Het woord betekent letterlijk "roep", "kreet" of "oproep" in het Marokkaans-Arabisch.

*** Cheikhats (enkelvoud: cheikha) zijn vrouwelijke zangeressen en performers binnen de traditionele Marokkaanse volksmuziek, vooral in genres zoals Aïta. Ze zingen, dansen en dragen mondelinge poëzie en verhalen over van generatie op generatie.

Amin: Hoe maak je het?

Ghassan Elhakim: “Hoe creëer je?” is een heel brede vraag. Ik zou kunnen antwoorden: ik sta ’s ochtends op, ontbijt en ga naar de studio. Zodra je een plek binnenstapt die gewijd is aan creatie, begint het proces al. We hebben een studio, een keuken vol ideeën ... Dat is misschien een eerder filosofisch antwoord.

Maar als de vraag is: “Hoe is deze voorstelling ontstaan?”, dan moeten we het hebben over de context en de geschiedenis ervan. Alles begon in 2016, tien jaar geleden. Oorspronkelijk was het een theaterworkshop die eindigde met een fictieve auditie. Het thema waren de cheikhats. Sommige deelnemers verkleedden zich als vrouwen en zongen zoals zij, anderen gaven een presentatie. Er waren verschillende profielen en uiteenlopende benaderingen.

Toen de workshop voorbij was, wilden we niet stoppen. We besloten er een voorstelling van te maken, zonder precies te weten hoe. Zelfs na tien jaar werk weten we nog steeds niet waar de cheikhats ons uiteindelijk naartoe zullen leiden. Door telkens opnieuw te repeteren, zijn we als het ware zelf deze personages geworden. Ik houd van het idee om werk voortdurend in vraag te stellen. Het is de oefening die de meester maakt.

Amin: Dat is precies wat de uitdrukking “Hoe maak je het?” zo interessant maakt: ze betekent tegelijk “Hoe gaat het?” en “Hoe creëer je?”. We zijn een beetje lost in translation.

"Een voorstelling die groeide als een mens"

Jullie project ontstond dus vanuit onderzoek, workshops en een studie van de cheikhats. Muziek maken was aanvankelijk niet het doel?


Ghassan:
Nee. In het begin was het gewoon een theatraal experiment met de deelnemers van de workshop, onder wie Amine, Mohammed, Noredine en Ali, die vandaag nog steeds deel uitmaken van Kabareh Cheikhats. We werkten rond de figuur van de cheikha, zonder een strak kader.

Met het materiaal dat uit de workshops voortkwam, maakten we een eerste voorstelling die helemaal niet leek op wat we vandaag spelen. Ze groeide als een mens: met de jaren werd ze gevoed door ervaringen, ontmoetingen en reizen.

Na Marokko is België het land waar we het vaakst hebben gespeeld. Het was ook hier, in Brussel, dat we de voorstelling voor het eerst buiten Marokko presenteerden. Daardoor hebben we een bijzondere band met België.

Dit jaar brengen we een belangrijke nieuwe versie. We integreren archiefbeelden die het traject van de cheikhats tonen en laten zien hoe hun kunstvorm zich doorheen de tijd heeft ontwikkeld, of soms achteruitging. De voorstelling wordt bovendien boventiteld.

Wat begon als een fictieve auditie, groeide uit tot een voorstelling die twee jaar lang in een kelder werd gespeeld, vervolgens de weg vond naar het Théâtre National en sindsdien verschillende gedaanten heeft aangenomen. We maakten een versie in Nederland en ontwikkelen momenteel in Frankrijk een meer theatrale vorm.

Het is een levende creatie. Ze beperkt zich niet tot muziek, maar omvat ook dans, zang, verhalen en archiefmateriaal.

"De ontdekking van de Aïta"

Amin: Het is voor jullie belangrijk om de cheikhats zichtbaar te maken, maar ook om de Aïta-muziek onder de aandacht te brengen. Hoe heeft die dimensie zich ontwikkeld?

Ghassan: We begonnen met de cheikhats zelf. Al snel ontdekten we dat zij Aïta zongen. Vervolgens zagen we een film met de titel Aïta, die het leven van een cheikha volgde. Die film maakte een diepe indruk op ons en deed ons beseffen dat dit werk veel complexer was dan we aanvankelijk dachten.

We ontdekten ook de brawel, liederen die uit de Aïta voortkomen, maar toegankelijker zijn om te interpreteren en te bestuderen. Via die weg kwamen we geleidelijk dichter bij de Aïta zelf. Ongeveer zeven jaar geleden begonnen we ons te wagen aan grote stukken die ons voordien nog afschrikten.

Het was een echt leerproces. We hebben ons gevormd via online video’s, vinylplaten, cassettes en geluidsarchieven.

Amin: Zijn jullie ook in contact gekomen met cheikhats zelf?

Amine Nawny: Ja. Sommigen kennen ons via filmpjes, ook al hebben ze de voorstelling nooit gezien. We ontmoeten hen ook in cabarets, tijdens het uitgaan en feesten. We staan met hen in contact. We denken zelfs na over de oprichting van een vakbond voor cheikhats, omdat zoiets vandaag nog niet bestaat.

"Vergeten artiesten zichtbaar maken"

Amin: Jullie voorstelling is dus echt een eerbetoon?

Ghassan: Absoluut. Alleen al door deze liederen te zingen, die lange tijd als vulgair of decadent werden beschouwd, brengen we hulde aan deze vrouwen.

Steeds meer cheikhats moderniseren hun repertoire om dichter aan te sluiten bij muziekstijlen die vandaag meer erkenning krijgen, zoals de chaâbi. Maar de cheikhats waar bijna nooit over gesproken wordt, zijn degenen die optreden in dorpen en cabarets. Zij blijven grotendeels onzichtbaar.

Amin: Brengen jullie ook hulde aan mannen die vroeger cheikhats vertolkten?

Ghassan: Ja, ook zij maken deel uit van de voorstelling, onder meer artiesten zoals Bouchaïb El Bidaoui.

Oorspronkelijk werd deze kunstvorm vooral met vrouwen geassocieerd. Wij zijn mannen en theateracteurs. Onze eerste oefening bestaat er dus in om de vrouw in onszelf te vinden en daar een kleur aan te geven in ons spel. We leren de teksten, passen ons aan de muziek aan en maken ons de lichaamstaal eigen.

Op een bepaald moment vroegen we ons af of we onze stem moesten veranderen. Uiteindelijk besloten we om het personage als een masker te gebruiken en met onze eigen stem te zingen. Met de instrumenten van het theater bouwen we stap voor stap die cheikha-figuur op.

Later ontdekten we dat mannen dit vroeger ook al deden. We bestudeerden en analyseerden hun bewegingen, die op het eerste gezicht heel natuurlijk lijken. Als ambachtslieden proberen wij artiesten zoals Cheikha Houria of Cheikha Ouarda te belichamen.

De voorstelling bundelt tien jaar werk. We bewaren dit erfgoed in de lichamen en de discipline van de acteurs, onder meer via een antropologische benadering van de chaâbi-dans.

Die vermenging van muziek en performance bestond vroeger al onder de naam fraja, een Marokkaanse podiumvorm die bijna verdwenen is, maar af en toe weer opduikt, ook in onze voorstelling. Bij de cheikhats zijn muziek en performance onlosmakelijk met elkaar verbonden.

"Een voorstelling voor iedereen"

Amin: Dat is belangrijk om aan ons publiek mee te geven. Het gaat niet zomaar om mannen die verkleed als vrouwen op het podium staan, maar om een diepgaand onderzoek naar geschiedenis en erfgoed. Richt de voorstelling zich vooral tot mensen die de cheikhats nog niet kennen?

Amine Nawny: Nee, ze is er voor iedereen. We ontvangen heel uiteenlopende publieken. Het is ook een familievoorstelling die mensen opnieuw met elkaar in contact kan brengen. Muziek heeft soms de kracht om mensen opnieuw te verbinden.

Aïta is een vorm van helende muziek. Dat zeggen we niet vaak, misschien is dit zelfs de eerste keer dat we het zo benoemen, maar ze kan troost bieden en helpen om bepaalde trauma’s los te laten. Dankzij het werk van de acteurs kunnen toeschouwers zich herkennen in de teksten.

Vroeger speelden we zonder boventitels. Mensen die de taal niet begrepen, probeerden toch te volgen. In gemengde publieken gebeurde het vaak dat iemand zachtjes vertaalde voor zijn buur. Dat leverde prachtige momenten op. De voorstelling staat echt open voor iedereen.

Amin: Wat willen jullie nog meegeven aan ons publiek?

Amine Nawny: Voor wie deze muziek of ons werk nog niet kent, is dit een mooie gelegenheid om kennis te maken. We richten ons ook tot mensen die op zoek zijn naar een vorm van innerlijke heling.

Ghassan: Wij denken dat deze voorstelling een prachtig eindejaarsgeschenk is. Ze raakt mensen diep en nodigt uit om deze ervaring te delen met partner, familie en vrienden.

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Naar wenslijstje