De burcht van hertog Blauwbaard heeft geen ramen, de muren huilen. Het gebouw zucht, ademt en kreunt als een levend lichaam. Vanaf de eerste maten van Bartóks enigmatische opera probeert het verborgene naar boven te komen. Judith laat zich niet tegenhouden en zoekt verder. Is ze slechts een nieuwsgierige echtgenote? Of is ze de spiegel van Blauwbaards gekwetste onderbewustzijn? Of die van Béla Bartók zelf?
‘Hertog Blauwbaards burcht’, de enige opera van Bartók, is veel donkerder en gespletener dan het sprookje ‘Blauwbaard’ dat Charles Perrault in de 17de eeuw optekende. In de originele versie krijgt een jonge vrouw van haar rijke man de sleutelbos van zijn burcht. Ze mag alle deuren openen, behalve één. Wanneer ze die toch opent, dreigt Blauwbaard haar net als haar voorgangsters te vermoorden. Haar broers weten haar gelukkig net op tijd te redden.
In de versie van Bartók is er geen sprake van een geruststellende moraal of deus ex machina, wel een gespannen, breekbare confrontatie tussen twee personen die elkaar liefhebben en tegelijkertijd afstoten. De partituur hanteert een bijna expressionistische textuur, geworteld in traditionele Hongaarse muziek. De zanglijnen staan dichter bij het impressionisme van Claude Debussy; ze omarmen de gesproken taal en vangen de ademhaling, de trilling, de twijfel. In het midden staat Blauwbaard. Geen karikaturaal monster, maar een verliefde man, gul, kwetsbaar. Hij waarschuwt. Hij smeekt bijna. Hij trekt een grens – de grens waarbuiten het gevaar begint: voor Judith, voor het paar, en dus ook voor hem. Toch gaat Judith verder. De ene deur. Dan de andere.
In deze bewerking voor ensemble van Siebe Thijs, begeleid door een videoperformance van Lise Bruyneel, zijn we niet langer toeschouwers op afstand. We volgen Judith live terwijl ze afdaalt in de burcht. We lopen met haar de trappen op en af. We voelen haar aarzelingen, haar spanning, haar koppige vastberadenheid. Bij elke deur waar ze doorheen gaat, explodeert het beeld, verandert de muziek, opent de ruimte zich naar onverwachte werelden – flamboyant, duizelingwekkend – voordat ze zich weer sluit. Hoe verder Judith gaat, hoe groter de twijfel wordt. Bestaat de burcht wel echt? Of is het de innerlijke architectuur van een gekwelde geest?
Wanneer Judith zich uiteindelijk stort in ‘een nacht bezaaid met sterren’, weten we niet meer of we getuige zijn van een visioen of een cataclysme. De zucht, het weeklagen is een steeds terugkerend motief in Bartóks opera. Op vraag van Oxalys schreef componist-arrangeur Siebe Thijs een korte pre-ouverture, een kamermuzikale pendant, waarin hij het zuchtmotief analyseert en in een conceptuele context plaatst.
In samenwerking met Wilde Westen & Conservatorium Kortrijk.

Schouwburg Kortrijk is een trotse UiTPASpartner. Spaar UiTPASpunten tijdens de voorstelling.
Heb je recht op een ticket aan verhoogde tegemoetkoming? Neem je UiTPAS bij de hand en reserveer je ticket online of telefonisch op 056 23 98 55. Langs komen kan ook bij onze ticketbalie. Breng dan zeker ook je UiTpas mee.